Veelgestelde vragen (FAQ)

Verklarende woordenlijst

Wat is afblaastijd?
De tijdsduur waarin de ontwerp-blusmassa in een beveiligde ruimte wordt afgeblazen.
Automatische blusinstallatie
Een systeem wat volautomatisch een brand detecteert, alarmen genereerd, doormeldingen naar de alarmcentrale stuurt en de brand blust.
Branddetectiesysteem
Een branddetectie- en stuursysteem als bedoeld in NEN 2535.
Beheerder
Opgeleid persoon, al dan niet in dienst van de gebruiker, aantoonbaar geïnstrueerd omtrent de hem toevertrouwde taken en de mogelijke gevaren die verbonden zijn aan onjuist handelen (NEN 2654).
Beproefd
Acceptabel voor de desbetreffende relevante bevoegde autoriteit.
Beschermingsniveau
Voor het realiseren van een (brand-) veilige opslag zijn 3 beschermingsniveaus gedefinieerd: 1, 2 en 3. Bij beschermingsniveau 1 staat een snelle detectie en kort daarop het inzetten van een (semi )automatische blusactie centraal; Beschermingsniveau 2 gaat uit van een snelle detectie van een brand en vervolgens een snelle beheersing en blussing door een goed voorbereide blusactie van ofwel de bedrijfsbrandweer ofwel de overheidsbrandweer (inzetbaarheid van de (bedrijfs)brandweer binnen 15 minuten. Dit is de tijd na melding, inclusief aanrijtijd en opbouw zodat blusactie kan starten!); Beschermingsniveau 3 heeft als uitgangspunt dat de kans op brand gering is; de eisen zijn preventief.
Besloten ruimte
Ruimte met een beperkte toegankelijkheid, waarin gevaar voor verstikking, bedwelming of vergiftiging bestaat.
Beveiligde ruimte
Ruimte die door een blussysteem wordt beschermd.
Bevoegde autoriteit
Organisatie, het bureau of de natuurlijke persoon, gemachtigd tot goedkeuring van apparatuur, systemen of procedures.
Blus aerosol
Fijne droge nevel van deeltjes in de atmosfeer.
Blusgas
Vluchtige stof of gas.
Blusgas, chemisch
Blusgas dat bestaat uit componenten van een of meer organische stoffen die een of meer elementen fluor of jodium bevatten. (fluorkoolwaterstoffen (HFC’s), fluorjodiumkoolstoffen (FIC’s) en gefluorideerde ketonen .)
Blusgas, inert
Blusgas die primair uit een of meer elementen helium, neon, argon of stikstof bestaat.
Blusgasconcentratie
Blusgasmassa (uitgedrukt in kg/m3 of V%) die nodig is om een brand in een omsloten ruimte te blussen.
Blusstof
Poedervormige, vloeibare of gasvormige stof die in staat is om een brand te doven.
Bruto-volume
Volume uitgedrukt in m3 van een omsloten ruimte zonder aftrek van de volumina van kleine ondoordringbare constructies.
Centraal blussysteem
Blussysteem is een blussysteem met één blusgasvoorraad die vanuit een centraal punt kan worden gedistribueerd naar een of meer te beveiligen ruimte(n) en/of objecten.
Wat is "clean agent" ?
Met ‘clean agent’ wordt bedoeld een elektrisch niet geleidende, vluchtige of gasvormige blusstof.
Effectieve gasconcentratie
Blusgasconcentratie uitgedrukt in kg/m3 of V% die na uitstromen van de blusgasvoorraad in een omsloten ruimte aanwezig is.
Expansievoud
Verhouding tussen verkregen schuimvolume en premix. (= mengsel van schuimvormende vloeistof en water).
Hi-Ex blusschuiminstallatie
Blusschuiminstallatie waarbij de expansievoud van het schuim/watermengsel meer dan 200 is (één liter premix geeft tenminste 200 liter schuim).
Wat is een kernbrand?
Brand waarbij het verbrandingsproces zich voornamelijk voltrekt in het binnenste van de brandstof.
LOAEL
LOAEL staat voor Lowest Observable Adverse Effect Level: de laagste concentratie van een gas waarbij nadelige effecten op personen waarneembaar kunnen zijn.
Wat is een modulair systeem?
Een of meer flessen gevuld met een ‘clean agent’, met een minimale leidingstelsellengte en een aantal blaasmonden die in een te beveiligen ruimte is/zijn opgesteld, zodanig dat een goede blusgasverdeling is gewaarborgd en een volledige beveiliging voor de desbetreffende ruimte wordt bereikt.
NOAEL
NOAEL staat voor No Observed Adverse Effect Level: de hoogste concentratie van een gas waarbij nog géén nadelige effecten op personen waargenomen zijn.
Netto-ruimtevolume
Bruto volume van een omsloten ruimte, uitgedrukt in m3, verminderd met het volume van ondoordringbare constructies en goederen.
Omsloten ruimte
Ruimte die redelijk goed gesloten is om tijdens een blussing de opbouw van de vereiste blusgasconcentratie te bereiken en gedurende de standtijd te handhaven.
Onderhoudsdeskundige
Persoon in dienst van de onderhouder dan wel de onderhouder zelf, die op grond van zijn vakopleiding, kennis en ervaring, alsmede zijn kennis van de desbetreffende voorschriften, de hem/haar toegewezen werkzaamheden zelfstandig kan beoordelen en uitvoeren (zie NEN 2654-1).
Ontwerp-gasconcentratie
Persoon in dienst van de onderhouder dan wel de onderhouder zelf, die op grond van zijn vakopleiding, kennis en ervaring, alsmede zijn kennis van de desbetreffende voorschriften, de hem/haar toegewezen werkzaamheden zelfstandig kan beoordelen en uitvoeren (zie NEN 2654-1).
Plaatselijke blussing
Op een object gerichte blussing zonder dat een ruimte geheel met blusstof wordt gevuld.
Ruimtelijke blussing
Blussing waarbij een ruimte volledig gevuld wordt met een blusstof.
Standtijd
Tijd waarin de ontwerp-blusgasconcentratie tot en met het vereiste beschermingsniveau niet onder een van tevoren vastgesteld minimum mag komen.
Veiligheidsfactor
Toeslag op de op laboratoriumschaal (cupburner waarde) bepaalde blusgasconcentratie voor een bepaalde brandstof.
Zuurstofverlaging installatie
Installatie waarmee continu een (deels) verlaagd zuurstof niveau in een gedefinieerde ruimte in stand kan worden gehouden met als doel brandvermijding of risicoverlaging.